insomniagedachten
4u 's ochtends en ik heb nog geen oog dicht gedaan. Dan maar het huis uit, de wereld in. Ze waren lang geleden, mijn nachtelijke insomniawandelingen. Ik herinner me dat het buiten zijn onder het stille deken van een omgeving waarin iedereen slaapt me vaak meer levend en aanwezig deed voelen dan gelijk welk ander moment.
Maar soms... soms zijn ze het summum van vergetelheid. Het is een vreemd besef, niet zijn waar je bent. Afgesneden van je eigen ervaring, zienswijze, zijnswijze. Het roept een vreemdsoortig ongemakkelijk plezier op, al was het maar vanuit de menselijke erkenning dat het interessant is, jezelf en je omgeving niet meer te herkennen. Middenin de leegte van transformatie, nooit dichter bij waar je zou moeten zijn dan waar je bent, in dat ene "hier en nu". Alleen weet je niet waar dat is. In die afwezigheid van je innerlijke onrust heb je nooit verder van jezelf af gestaan, maar nooit dichter bij de volgende stap om de kloof te dichten.
Ik wandelde voorbij een kat die weeklagend zat te janken achter de gesloten glazen deur van een groentenwinkel. Krols, dacht ik, maar toen ik ze even gehurkt gezelschap hield stopte ze meteen. "krroetsj" antwoordde ze bij elk woord dat ik met een begrijpende stem uitsprak, en ze ging rustig naast me zitten. Elk aan een kant van de deur, kijkend naar het gebrek aan beweging in de donkere straat. Toen ik een paar minuten later vertrok, bleef ze stil. Ik wandelde zelfs nog kort terug, stilletjes en uit haar zicht, om te luisteren of ze toch niet uit eenzaamheid terug zou beginnen janken. Ze leek gerustgesteld, alsof ze gewoon had willen weten dat ze niet alleen op de wereld was.
En toen werd het licht.
21-06-2023
Reacties
Een reactie posten